Boeteprocedures

De inspecteur kan boeten opleggen tot een bedrag ter hoogte van 100% van de nagevorderde of nageheven belastingen. In uitzonderlijke gevallen kan er zelfs een boete worden opgelegd van 300%. De inspecteur maakt in toenemende mate gebruik van zijn bevoegdheid dergelijke vergrijpboeten op te leggen.

De procedure omtrent de boete vindt veelal plaats tegelijkertijd met de procedure over de aanslag. Vaak wordt te weinig aandacht besteed aan het 'eigen' karakter van de boeteprocedure. In tegenstelling tot de procedure over de belastingheffing, kan in de boeteprocedure wel een beroep worden gedaan op het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens waardoor de onschuldpresumptie geldt. Dat leidt ertoe dat bij de beoordeling van het bewijs twijfel ten faveure van de boeteling dient te worden uitgelegd. Voorts komt het voor dat een afgedwongen verklaring wel voor het bewijs voor de correctie op de aangifte mag meetellen, maar is uitgesloten van het bewijs voor de boete.

Naast verschillen in de bewijsvoering, spelen aspecten als verwijtbaarheid en straftoemeting een belangrijke rol in de boeteprocedures. De Bont Advocaten heeft bovengemiddelde ervaring in het voeren van procedures tegen dergelijke boeten.

Een belangrijk fenomeen met betrekking tot de boete is dat de belastinginspecteur een keuze dient te maken: het overdragen van de zaak aan de Officier van Justitie enerzijds dan wel het (zelf) opleggen van een boete anderzijds. Ook met dit traject heeft De Bont Advocaten veel ervaring en expertise opgebouwd in vele zaken die succesvol werden afgewikkeld.