Cassatieprocedures

Een cassatieprocedure is iets unieks en is niet te vergelijken met een procedure bij de belastingkamer van de rechtbanken of de gerechtshoven. In belastingprocedures staat het een belastingplichtige of zijn belastingadviseur vrij zelf cassatiemiddelen op te stellen en in te dienen. Het (mondeling of schriftelijk) pleiten bij de Hoge Raad is echter voorbehouden aan de advocatuur.

In de cassatiefase bij de Hoge Raad kunnen geen nieuwe feiten meer worden aangevoerd. Het horen van getuigen en het inbrengen van stukken is in beginsel dus niet meer mogelijk. In de cassatieschriftuur kan worden geklaagd over de wetsuitleg door het gerechtshof of over de schending van essentiële procedurele voorschriften.

Binnen ons kantoor bestaat ruime ervaring met het voeren van procedures bij de Hoge Raad. Niet slechts met het opstellen van de schriftelijke processtukken ((incidenteel) beroepschrift, verweerschrift, conclusie van repliek, conclusie van dupliek en een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal) maar ook met een (mondeling of schriftelijk) pleidooi bij de Hoge Raad.

Na de uitspraak van het gerechtshof dient binnen zes weken beroep in cassatie te worden aangetekend. Dat beroepschrift behoeft nog niet alle gronden te bevatten. Op deze wijze kan in ieder geval tot behoud van rechten de termijn veilig worden gesteld.

Indien een cassatiezaak wordt aangebracht, zal doorgaans eerst een cassatieadvies worden geschreven. Dit advies wordt besproken met de cliënt en eventueel met zijn belastingadviseur/gemachtigde uit de eerdere procedures. In overleg wordt vervolgens besloten al dan niet cassatiemiddelen op te stellen.

Mede in het licht van het specialistische karakter van deze 'tak van sport' is in 2013 besloten de 'Vereniging van Cassatiespecialisten Belastingkamer (VCSB)' op te richten. Guido de Bont is medeoprichter van deze vereniging en is tevens bestuurslid.