Inkeer

In de Nederlandse fiscale wetgeving is voor belastingplichtigen die in het verleden bewust onjuiste aangiften hebben gedaan, de mogelijkheid gecreëerd terug te komen op deze eerdere onjuistheden. Op grond van deze zogenoemde 'inkeerregeling' kunnen fouten worden hersteld zonder dat een strafzaak voor fiscale fraude volgt. Wel zal de verschuldigde belasting alsnog moeten worden voldaan, vermeerderd met belastingrente. Bovendien worden sinds 1 januari 2010 - met een tussentijdse boeteloze periode van 2 september 2013 tot 1 juli 2014 - wel (gematigde) boeten opgelegd.

Inkeren moet volgens de wettelijke bepalingen vóórdat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. Oftewel, als de FIOD op de stoep staat, de fiscus een vragenbrief heeft verzonden of telefonisch contact heeft gezocht dan wel er een controle is aangekondigd, is het zeker te laat.

In dit kader is van belang dat binnen afzienbare tijd veel landen (waaronder ook Zwitserland, Luxemburg en Oostenrijk) automatisch bankinformatie met Nederland zullen gaan uitwisselen. Belangrijker is dat buitenlandse banken afscheid willen nemen van hun cliënten die de banktegoeden niet hebben opgegeven. Zij eisen bewijs dat er is ingekeerd, dan wel dat de saldi in de aangiften in Nederland zijn verwerkt. Dit 'dwingt' bepaalde belastingplichtigen tot een inkeer.

Tenslotte, belastingadviseurs en accountants hebben een meldingsplicht. Advocaten kunnen zich ten aanzien van een inkeergesprek op het verschoningsrecht beroepen en kennen een dergelijke meldplicht niet.

De Bont Advocaten heeft in het recente verleden vele belastingplichtigen bijgestaan in inkeerprocedures.